Ze bidden allemaal hard genoeg, dat is fijn, dacht ik terwijl ik liggend op mijn sterfbed naar mijn collega kardinalen keek. De laatste sacramenten waren al toegediend. Het enige wat nu nog moest gebeuren was het sterven zelf en dan zou ik bij onze lieve Heer zijn. Het einde ging verassend snel. Ik voelde me ineens heel licht worden en mijn blik vernauwde naar een witte stip. Die stip was het enige wat ik zag en dus ging ik er maar op af. Hoe dichter ik bij de stip kwam hoe groter die werd en ik kwam er achter dat ik door een tunnel ging. Die bestond dus echt. Ik vond dat grappig.
Direct na de tunnel kwam ik in een lichte omgeving met voor me twee enorme deuren. Links in de verte zag ik een oranjerode gloed, verder was er helemaal niets te zien. De deuren zagen er precies zo uit zoals ik mij de hemelpoort voorstelde. Ik vroeg me af of alle clichés bewaarheid zouden worden.
Opgelucht dat het tot nu toe ging zoals verwacht en blij dat ik op de goede plek was aangekomen klopte ik aan.
De deuren zwaaiden direct naar binnen open en achter een van de deuren kwam de duivel tevoorschijn. Niet te missen: bokkenpoten, drietand, horens en een gemene lach.
“Verrassing”, zei hij.
Ik was helemaal uit het lood geslagen. Ik stond toch voor de hemelpoort? Wat is er gebeurd?
De duivel ging verder: “Die hemelpoort is een grapje van me, als je de echte poort zou zien dan zou je weglopen en dat is me te vaak gebeurd.”
De situatie begon tot me door te dringen.
“Je dacht toch niet echt dat je naar de hemel zou gaan na al die smerigheden die je gedaan hebt?”
Onbewust dacht ik aan mijn jonge jaren als priester op dat jongens internaat.
“Ja, precies dat ja,” zei de duivel, “je dacht toch niet dat biechten echt helpt? Dat daarmee het leed ongedaan gemaakt is? Dat dan je zonde weggepoetst is?”
Wegwezen, dacht ik en ik draaide me om en begon te rennen.
“Mooi niet”, zei de duivel en hij gooide de drietand door mijn voet heen de grond in waardoor ik viel. Daarna kwam hij naar me toe, greep me in mijn kraag en sleepte me de deuren door.